Procedures
Bij de procedures na late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen worden de volgende stappen doorlopen:
- De behandelende arts die de late zwangerschap heeft afgebroken of de levensbeëindiging bij de pasgeborene heeft uitgevoerd maakt geen verklaring van overlijden op, maar meldt de zwangerschapsafbreking of levensbeëindiging aan de gemeentelijke lijkschouwer door het invullen van het formulier.
- De gemeentelijke lijkschouwer verricht de lijkschouw, verzamelt de benodigde gegevens en neemt contact op met de officier van justitie. Als er geen onregelmatigheden zijn geeft de officier van justitie toetstemming tot cremeren of begraven.
Vervolgens stuurt de lijkschouwer de verzamelde stukken door naar het secretariaat van de centrale deskundigencommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen. De stukken betreffen een verslag van de arts over de diagnose en prognose van de aandoening, het standpunt van de ouder(s) en de wijze van uitvoering. Bij deze stukken bevindt zich ook het standpunt van tenminste één onafhankelijke arts of van een onafhankelijk team. - De commissie beoordeelt of de arts zorgvuldig heeft gehandeld. Daarbij toetst de commissie de handelwijze van de arts aan de zorgvuldigheidscriteria. De commissie zendt haar advies vervolgens toe aan het Openbaar Ministerie. De commissie brengt dit advies uit binnen zes weken na ontvangst van de melding. De termijn kan met maximaal zes weken worden verlengd. De commissie stuurt een afschrift van haar advies aan de arts.
- Het College van procureurs-generaal betrekt het advies van de commissie in haar besluit om wel of niet tot vervolging over te gaan. Het advies van de commissie komt dus niet in de plaats van de beslissing van het Openbaar Ministerie.
Als het College van oordeel is dat strafvervolging moet worden ingesteld, krijgt de desbetreffende officier van justitie daartoe opdracht.